Komen te gaan

Wanneer tegenwoordig iemand overlijdt, wordt een begrafenisondernemer aangesproken om de uitvaart en de begrafenis of crematie te organiseren. Deze begrafenisondernemer neemt volgens afspraak de verzorging, het vervoer en de hele administratieve afhandeling voor zijn rekening. Hij organiseert volgens de wens van de familie een kerkelijke uitvaart of een afscheidsviering elders.

Dit was vroeger toch wel even anders

Een grote groep overlijdens vindt momenteel plaats in een ziekenhuis of verzorgingstehuis. Vroeger stierven de meeste mensen thuis en waren er nog maar heel weinig privé begrafenisondernemers. De aflijvige werd gewassen en verzorgd en in een inderhaast klaargemaakte kist opgebaard.

Dan moest de familie van de overledene op zoek naar dragers. Al naargelang de afstand van het sterfhuis naar de kerk werden 8 en soms 12 dragers gemobiliseerd onder de vrienden en buren. Deze dragers moesten ongeveer even groot zijn, want de lijkkist werd op de schouders gedragen. Voor de lijkstoet vanaf de Bremt (4,5 km van de kerk) waren er minstens 2 vaste rustplaatsen, waar een tafel voorzien was om de kist op te plaatsen. Uiteraard konden meer-begoede inwoners ook een lijkwagen huren bij privé begrafenisondernemers.

De gemeentelijke lijkkoets

De gemeente Bierbeek kocht op 17 april 1951 een volledig uitgeruste lijkkoets bij een openbare verkoop van de gemeente Hoegaarden. Deze koets werd gewoonlijk getrokken door het zwart paard van Rei Vandoren. Soms werd bij de begrafenis van rijkere afgestorvene een dubbelspan en zelfs een vierspan voorzien. Deze lijkkoets werd gebruikt tot 1970. Tot 1984 stond de lijkwagen gestald in een berghok aan het begin van het Kalverwegje. In 1984 verkocht de gemeente de lijkkoets aan BVBA Begrafenissen Winnen uit Tienen voor de som van 65.000 Bfr. De koets zou later doorverkocht zijn aan een verzamelaar uit Orp-le-Grand.

Op 28 november 1951 keurde de gemeenteraad een reglement over het lijkvervoer goed. Zo moest de koets een kwartier voor het voorziene vertrekuur aan het sterfhuis aanwezig zijn, direct na de aankomst bij de kerk moest de koets opnieuw gestald worden in de gemeentelijke bergplaats.De lijkkist werd na de dienst in de kerk naar het kerkhof gedragen door dragers. De vaste koetsier op de bok van de koets was Rei (Désire) Vandoren.

In Korbeek-Lo kocht de gemeente op 13 april 1935 een derde klas lijkkoets voor de som van 3.500 Bfr. Begin 1941, in volle oorlogsperiode, werd deze lijkwagen doorverkocht aan de gemeente Berlaar. Voordat deze lijkwagen beschikbaar was en nadat hij verkocht werd moesten de lijkkisten ook door dragers naar de kerk gebracht worden.

De gemeenten Lovenjoel en Opvelp hebben nooit beschikt over een lijkkoets en daar werden het stoffelijk overschot naar de kerk en het kerkhof gedragen.

Sterven was niet goedkoop….

Het gebruik van de lijkkoets kostte geld en men kon daarbij duidelijk ‘rang en stand’ onderscheiden. In Bierbeek (1951- 1970) was er een ‘belasting op het lijkenvervoer’ verschuldigd: voor een 1ste klas lijkkoets met verzilverde behangsels betaalde je 600 Bfr., voor een 2de klas lijkkoets met zwart-verzilverde behangsels 250 Bfr. Een 3de klas lijkwagen met zwarte behangsels was gratis. In deze prijs was het vervoer inbegrepen van het sterfhuis naar de kerk of naar het dichtstbijzijnde treinstation of tot de gemeentegrens, als de aflijvige elders begraven werd.

Ook in Korbeek-Lo was er sinds 1936 (tot 1942) een apart ‘reglement lijkenvervoer’ van kracht. Daar kostte een 1ste klas lijkkoets met garnituur en passementen in zilver, 4 brandende lantaarns en bespannen met twee paarden met pluimbossen en dekkleed 250 Bfr.

Een 2de klas lijkkoets met zwart garnituur en passementen in wit en zwart, 4 brandende lantaarns en bespannen met twee paarden kostte 150 Bfr. Het gebruik van de lijkkoets bespannen met een paard, zonder garnituur en lantaarnen kostte 75 Bfr.

Ook bij de begrafenis kon men duidelijk ‘rang en stand’ onderscheiden: de kostprijs van de diensten in de kerk werd onder meer bepaald door het uur (hoe later in de voormiddag hoe duurder) en het aantal ‘heren’ (priesters) die de mis opdroegen.

Tot slot waren er de grafconcessies op de begraafplaats, die nu nog steeds bestaan. Het vervoer van afgestorven behoeftigen geschiedt kosteloos. En de oud-strijders kregen gratis een ‘upgrade’ naar een lijkkoets van 1ste klas.

Jouw medewerking gevraagd

Dikwijls werden er fotoreportages gemaakt van begrafenissen. Met het BED (Bierbeeks Erfgoed depot) zijn we op zoek naar dergelijke reportages, indien mogelijk maken we een digitale kopie van de foto’s.