home nieuws index zoeken contact formulieren stratenplan

Veiligheid - politie : Diefstalpreventie - allerlei : Voorkom autodiefstal




Een diefstal van of uit uw wagen kan voor heel wat problemen zorgen. Onvoorziene kosten, administratieve rompslomp, tijdverlies en een naar gevoel zijn maar enkele van de gevolgen die een dergelijke diefstal kan teweegbrengen. Iedereen zal het er mee eens zijn dat we dergelijke dingen beter voorkomen dan genezen, maar vaak zijn de mensen gewoon niet op de hoogte van de maatregelen die ze kunnen nemen. En dan hebben we het niet alleen over dure alarminstallaties.
En toch zijn er heel wat mogelijkheden die zonder veel inspanning resultaat kunnen leveren. Het gaat vaak vooral om de juiste gewoonte en attitude. Daarom geven we een aantal tips om diefstal van of uit uw wagen te vermijden, en ook enkele tips om de nieuwere varianten van autodiefstal, namelijk car- en homejacking, te voorkomen. Helaas kunnen we niet elke diefstal voorkomen. Daarom geven we u ook een aantal raadgevingen omtrent wat u moet doen als u toch het slachtoffer bent geworden van een autodiefstal.

U heeft de keuze tussen een aantal maatregelen:

1. Organisatorische maatregelen

Allereerst zetten we hier een aantal principes op een rijtje die al heel wat ongemak kunnen besparen. Het gaat vooral om goede gewoontes die weinig moeite kosten. In geleerde termen hebben we het dan over organisatorische preventiemaatregelen.
  • Parkeer uw wagen bij voorkeur in een garage of op een andere veilige plaats. Kies in ieder geval voor een niet afgelegen en goed verlichte parkeerplaats.
  • Draai bij het parkeren de wielen in de richting van het voetpad. Vergeet voor u de wagen verlaat niet het stuurslot in te schakelen. Het stuurslot gebruiken is een gemakkelijke en efficiënte maatregel tegen diefstal.
  • Sluit uw wagen steeds zorgvuldig af (denk naast de portieren ook aan de raampjes, het dakraampje en het kofferdeksel).
  • Laat uw sleutels nooit in het contact zitten, zelfs niet voor korte duur. Verstop ook nooit een reservesleutel op een "geheime" plaats in het voertuig, zoals onder een zetel of achter een licht. Hang zeker geen label met uw naam en adres aan de sleutelhanger.
  • Wanneer u de wagen voor een langere tijd verlaat, neem dan uw boorddocumenten mee of berg ze weg in een afgesloten ruimte van uw wagen.
  • Laat geen waardevolle voorwerpen in uw wagen liggen (zoals bijvoorbeeld een handtas, een jas, een fototoestel, ...). Zijn de voorwerpen te omvangrijk om mee te nemen, berg ze dan op in de koffer van uw wagen. Zo brengt u niemand op het idee om in uw wagen in te breken.
  • Laat in uw wagen ook nooit geld, cheques of kredietkaarten achter.
  • Indien er geen waardevolle voorwerpen in het handschoenenkastje zitten, laat het dan open staan. Zo maakt u meteen duidelijk dat er in uw wagen geen buit te halen valt.

2. Mechanische maatregelen

Naast deze goede gewoontes kunt u ook een aantal mechanische beveiligingsmaatregelen nemen om te voorkomen dat men er met uw wagen of de inhoud ervan aan de haal gaat.
  • Let eens op de vorm van de deurgrendelknopjes: indien ze paddestoelvormig zijn kunt u ze beter vervangen door gladde knopjes, die zijn immers heel wat moeilijker met draad omhoog te trekken.
  • Een stuurstang bestaat uit een staaf die bovenop het stuur wordt geplaatst. Bij het draaien aan het stuur zal de stang zich klem zetten tegen de voorruit, zodat sturen onmogelijk wordt. Deze stangen zijn meestal fel gekleurd zodat ze goed zichtbaar zijn. Op die manier hebben ze naast een blokkeringsfunctie ook een afschrikkingsfunctie.
  • Een pedaal-stuurstang verhindert eveneens het wegrijden met de wagen. Met één uiteinde van deze afsluitbare stang wordt het stuur omklemd, met het andere wordt het rem- of ontkoppelingspedaal omklemd.
  • Een gelijkaardig middel is het handrem-versnellingspook-slot. Hier omklemt een afsluitbare staaf de handrem en de versnellingspook.
  • De versnellingspook kan eveneens geblokkeerd worden, door middel van een transmissieslot. Naast de pook wordt een stevige plaat met een soort hangslot aangebracht, waardoor schakelen onmogelijk wordt gemaakt.
  • Het wegrijden van de wagen kunt u ook vermijden door pedaalklemmen te gebruiken die de pedalen omvatten.
  • Diefstal van wielen maakt u heel wat moeilijker door van elk wiel een moer te vervangen door een afsluitbare wielmoer.
  • Met een afsluitbare tankdop vermijdt u diefstal van benzine of verontreiniging van de tank.
  • U kan ook een wielklem aanbrengen rond het wiel van uw voertuig. Hierdoor voorkomt u niet alleen het wegrijden maar ook het wegslepen van de wagen. Het vergt echter veel tijd om dit systeem aan te brengen. Het is dus vooral geschikt indien de wagen of caravan voor een langere periode blijft staan.
  • Behalve de aan te brengen sloten is er ook een ruim gamma aan toestellen op de markt die het elektrisch circuit van uw wagen beïnvloeden. Door de juiste stroomtoevoer weg te nemen wordt het wegrijden met de auto onmogelijk gemaakt. U heeft de keuze tussen startstroomonderbrekers, brandstofafsluiters, blokkeringssystemen van het remcircuit, stroomverdelers-, ontstekingskaars-, en batterijensloten. Bij deze systemen dient u voor het starten eerst een speciale sleutel te gebruiken of een code in te voeren.

3. Alarminstallaties

Een alarminstallatie heeft twee bedoelingen: het schrikt dieven af en waarschuwt de omgeving indien er een inbraak in de wagen plaats vindt. Afhankelijk van de montage en afstelling gaat het alarm af wanneer de portieren, de motorkap of het kofferdeksel worden geopend, bij het inslaan van een raam of bij beweging in de auto. Sommige alarmen worden actief bij het verplaatsen of schommelen van de wagen.
U vindt allicht een zeer uitgebreid gamma aan alarminstallaties voor de wagen in diverse winkels. In reclamefolders wordt wel eens de indruk gegeven dat een alarmsysteem de ideale beveiliging is. Dit is echter niet altijd zo: goedkopere installaties zijn bijvoorbeeld gemakkelijker te neutraliseren door de stroomtoevoer af te snijden. Slecht afgestelde of verkeerd gebruikte toestellen geven bovendien vaak valse alarmen. Hierdoor gaan de omstanders steeds minder reageren op het alarm van een wagen.
Alarminstallaties bieden dus slechts een relatieve beveiliging. Voor de gewone automobilist is het vaak veel efficiënter degelijke mechanische maatregelen toe te passen (zoals we boven reeds bespraken).
Vuistregels voor een goede beveiliging zijn dan ook: het gebruiken van enkele degelijke en eenvoudige mechanische beveiligingsmethoden en een grote zorgvuldigheid in parkeergedrag aan de dag leggen.


4.Specifieke tips rond car- en homejacking

De laatste jaren zijn twee specifieke vormen van autodiefstal opgedoken: carjacking en homejacking. Bij een carjacking wordt de chauffeur uit de auto gehaald of gelokt en daarna gedwongen zijn autosleutels af te geven, waarna de daders snel wegstuiven met de buitgemaakte wagen Bij een homejacking breekt de dader binnen in de woonst van de eigenaar van de wagen en dwingt hem eveneens de sleutels van de wagen te overhandigen.
Om deze nieuwe vormen van criminaliteit tegen te gaan geven we u enkele nuttige tips die u kunnen helpen om problemen te vermijden:
  • Bewaar thuis een kopie van de boorddocumenten van uw voertuig.
  • Hang uw autosleutels nooit aan de sleutelbos van uw woning.
  • Controleer, zonder paranoïde te worden, op weg naar huis of je niet wordt gevolgd door een onbekend voertuig.
  • Draag uw veiligheidsgordel en sluit de portieren van binnenuit zolang u in de wagen zit.
  • Plaats uw wagen bij voorkeur in de garage en doe hem ook daar op slot.
  • Neem ook liefst de boorddocumenten uit de wagen.
  • Sluit de portieren en laat de sleutels nooit in het contact zitten, zelfs niet in de garage.
  • Leg uw autosleutels niet op een zichtbare plaats in huis, maar bewaar ze ook niet in de slaapkamer.
  • Zet eventueel het alarm van zowel voertuig als woning aan.
  • Verdedig uw voertuig nooit ten koste van uw eigen leven. Geweld wordt gepleegd tegen personen die zich verzetten. Uw leven is meer waard dan uw voertuig !
  • Verwittig bij problemen zo snel mogelijk de politiediensten (tel. 101) en geef hen zo veel mogelijk elementen om de dader(s) te identificeren.
  • Meer info over carjacking vindt u op de website van het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid.

Identificatiefiche voertuig

Tot slot nog dit: het is altijd nuttig alle gegevens van uw voertuig te noteren, evenals de belangrijkste voorwerpen die zich in de wagen bevinden (zoals bijvoorbeeld de muziekinstallatie). U kan hiervoor de 'identificatiefiche voertuig'gebruiken die u bij de politie kan krijgen. U kan ook een 'identificatie voertuig' vinden op de site van het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid. Of u maakt gewoon zelf zo’n fiche aan.
U noteert onder meer:
  • de nummerplaat van het voertuig
  • het chassisnummer
  • het DIV-inschrijvingsnummer en datum van inschrijving
  • het merk, type en de kleur van de wagen
  • het aantal deuren (2 - 3 - 4 - 5)
  • de gebruikte brandstof (diesel - benzine - gas)
  • gegevens over de binnenbekleding (stof, leder, kunstleder; kleur)
  • de cilinderinhoud
  • de gegevens van uw verzekeringsmaatschappij en het polisnummer
  • de aard, het merk, het type en het serienummer van de muziekinstallatie
  • het merk, type en serienummer van de GSM of autotelefoon
  • al dan niet aanwezigheid van: spoiler, schuifdak of klapdak, getinte ruiten, speciale velgen, trekhaak, centrale vergrendeling, antidiefstalsysteem
  • indien de ruiten gegraveerd zijn noteert u eveneens het graveernummer
  • vermeld ook specifieke kenmerken zoals zelfklevers of beschadigingen
Zo hebt u bij diefstal meteen de nodige gegevens bij de hand. U bewaart dit papier natuurlijk niet in de wagen, want dat zou bij autodiefstal niet zo efficiënt zijn.

Meer informatie bij de lokale politie - tel: 016 46 18 80 - e-mail: wijkbierbeek@pzlubbeek.be.

U vindt ook meer informatie op de website van het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid www.besafe.be.