Het domein Groot Park Het domein Groot Park te Lovenjoel is gelegen in de vallei van de Molenbeek. Het maakt deel uit van de eigendommen van het adellijke geslacht de Spoelberch, die vroeger het kasteel in het park bewoonden. Lovenjoel. De laatste telgen van dit geslacht, Jan de Spoelberch (1766-1838) en Maximiliaan de Spoelberch (1802-1873) hadden een grote belangstelling voor dendrologie en plantten diverse zeldzame boomsoorten aan. In het park van Salve Mater bevinden zich dan ook unieke exemplaren, o.a. moerascypressen, diverse zeldzame soorten eik en beuk, linde, es, esdoorn, zelkova en een magnolia grandiflora. De opening van Salve Mater in 1927
Het ‘Groot Park’ in Lovenjoel (35 ha groot) werd in 1915 door de erfgenamen van de familie de Spoelbergh aan de Katholieke Universiteit van Leuven geschonken. Deze gaf het domeinpark in pacht aan de Zusters van Liefde van Gent om er een instelling te bouwen voor geesteszieke vrouwen en studenten psychiatrie. De plannen van de nieuwe instelling werden getekend door architect Joseph Hachez. Op 29 juni 1927 was het zover: de eerste twee gebouwen, de administratie en het gebouw Sancta Maria werden plechtig ingewijd in aanwezigheid van Koningin Elisabeth, echtgenote van Koning Albert. Bij de opening waren tal van politieke, kerkelijke en universitaire hoogwaardigheidsbekleders aanwezig. Waren ook aanwezig: de toenmalige aartsbisschop van Mechelen-Brussel Kardinaal Van Roy, Mgr. Van Rechem, superieur van de Congregatie van de Zusters van Liefde en Mgr. Ladeuze, rector van de Universiteit van Leuven. Ook de Minister van Justitie Hymans en Oud-Eerste-Minister Delacroix waren aanwezig. De overste van de Zusters van Liefde, Zuster Mathilde, organiseerde een schitterende ontvangst en prof. D’Hollander, hoofdgeneesheer, hield een toespraak over de nieuwe vormen van de ‘verzorging en genezing der krankzinnigen’ in Salve Mater. Het beheer van Salve Mater is sinds enkele jaren in handen van de Universitaire Kliniek Sint-Kamillus. Momenteel verblijven er alleen nog patiënten in het paviljoen Sint-Paulus. Andere paviljoenen worden verhuurd aan o.a. De Spiegel, HIRL, Ensemble Explorations – BEKhuis, het kinderdagverblijf en het OCMW van Bierbeek. Het domein Salve Mater werd samen met de dorpskern en Ave Regina sinds 1994 erkend als dorpsgezicht. In het prachtige park staan tal van zeldzame bomen, indertijd verzameld door de laatste telg van de familie de Spoelbergh.
Met dank aan Jos Dewinter Enkele oude foto's van Salve Mater

Waar is de poort van Salve Mater? Een smeedijzeren poort sloot de dreef af die van het kasteel naar de Sint-Lambertuskerk leidde. Waarschijnlijk maakte de poort deel uit van een oudere kerkhofmuur. De poort werd vervaardigd rond 1836 door smid Van Schoonbeeck uit. Deze smeedde twee jaar later ook de Chinese brug over de beek, centraal in het domein. Bovenaan de poort waren vroeger de wapenschilden bevestigd van de burggraaf de Spoelberch en van zijn echtgenote, burggravin de Putte. Kenmerkend zijn de ‘lelies’ die onderaan in de poort verwerkt zijn. De beide draaiende delen van de poort werden op klaarlichte dag in november 1996 gestolen, waarschijnlijk door mannen die zich uitgaven voor werklui die de poort kwamen ‘herstellen’. De poort werd tot op heden nog niet teruggevonden. Leven en werken van burggraaf Karel de Spoelberch de Lovenjoul Ter gelegenheid van de 100e verjaardag van het overlijden van burggraaf Karel de Spoelberch in 2007 werd het familiegraf van de familie aan de kerk van Lovenjoel gerenoveerd. Naar aanleiding daarvan schreef heemkundige Jos Dewinter volgende tekst. Wie was de laatste telg van de Spoelberch?
Honderd jaar geleden, op 3 juli 1907, overleed te Royat (Frankrijk) burggraaf Karel de Spoelberch de Lovenjoul. Hij werd begraven op het kerkhof van Laken (Brussel). Zijn grafmonument staat er nog altijd. Zijn vader en enkele voorouders werden begraven in de familiekelder nabij de kerk van Lovenjoel. Karel Victor Maximiliaan Albert de Spoelberch was de zoon van burggraaf Maximiliaan de Spoelberch (1802 -1873) en van Hortense de Putte (1814 - 1873). Maximiliaan was burgemeester van Lovenjoel tussen 1834 en 1873. Het gezin telde drie kinderen waarvan Karel de jongste was, geboren op 30 april 1836. Op 26 februari 1876 huwde hij met gravin Molly d'Ursel. Zij overleed, amper 49 jaar oud, te Wiesbaden op16 juli 1902. De familie bleef kinderloos. Bij testament legateerde hij het hele familiedomein met verschillende boerderijen en bijbehorende landerijen in onze omgeving aan mevrouw E. Gilbert-Ernst uit Leuven, een ver familielid. Bestemming van zijn bezit Karel de Spoelberch bezat onroerende eigendommen in de hele Leuvense regio. In Lovenjoel was hij eigenaar van minstens 171 ha landbouwgrond, boerderijen en woningen. Dit is niet minder dan één derde van de totale oppervlakte van Lovenjoel! In Bierbeek was hij eigenaar van de Krijkelberghoeve met een oppervlakte van meer dan 63 ha, gelegen op de plaats waar de psychiatrische instelling Sint-Kamillus werd opgericht. Hij bezat ook tal van woningen en herenhuizen in Leuven en Brussel, maar ook in verschillende omliggende dorpen, o.a. een windmolen in Veltem-Beisem. Vanaf 1910 begint de legataris, Mevrouw Ernst-Gilbert, massaal huizen en gronden te verkopen, waarschijnlijk om de enorme successierechten te kunnen betalen. Deze verkoop aan particulieren duurt voort tot na de Eerste Wereldoorlog. De eigendomsstructuur in de gemeente Lovenjoel, maar ook in de omliggende dorpen, veranderde hierdoor erg ingrijpend. De twee parken, die het familiedomein uitmaken in Lovenjoel werden in 1915 geschonken aan de Leuvense Universiteit. In het Groot Park zal later door de Zusters van Liefde van Gent de psychiatrische inrichting Salve Mater gebouwd worden. In het Kleine Park werd net voor de Tweede Wereldoorlog begonnen aan de bouw van het MPI Ave Regina. Enkele percelen worden geschonken aan de gemeente Lovenjoel, onder meer een perceel aan de Stationsstraat waar de gemeentelijke jongensschool wordt gebouwd. De Krijkelberghoeve in Bierbeek met de omliggende landerijen, samen een oppervlakte van meer dan 63 ha, wordt eigendom van de Belgische Staat. Het is aannemelijk dat het hier om een schuldvergelijking ging met de Belgische Staat als vergoeding voor de successierechten. Het Fonds de Spoelberch Binnen de Katholieke Universiteit te Leuven wordt een "Fonds de Spoelberch" opgericht. Uit een schriftje van Mgr. Ladeuze blijkt dat mevrouw Gilbert- Ernst regelmatig belangrijke sommen stortte in dit fonds. Tussen 1910 en 1915 gaat het samen om het niet onaardige bedrag van 1,3 miljoen BEF. Met deze financiële middelen bouwde de Universiteit reeds in 1910 het de Spoelberchinstituut aan de Krakenstraat te Leuven en financierde men de aankoop en/of verbouwingen aan het Carnoy-instituut (Vaartstraat), het Handelsinstituut (Dekenstraat) en het zogenaamde professorenhuis aan de Minderbroedersstraat 29 te Leuven. Een belangrijke verzameling Chinees porselein, prachtig meubilair, een verzameling schilderijen en de familiearchieven werden aan de K.U.Leuven geschonken. Hiervan staat een groot deel tentoongesteld in het museum de Spoelberch in het H. Geestcollege aan de Naamsestraat 40 te Leuven (hierover werd overigens een brochure gepubliceerd door de KULeuven in 1995). De familiearchieven worden bewaard in het archief van de Universiteitsbibliotheek. Het 'Institut de France' in Parijs verkreeg de woningen van de burggraaf aan de Regentlaan 41 en (aanpalend) aan de Hertogstraat 65 te Brussel, waar Karel opgroeide. Momenteel is in deze woningen de Franse Ambassade ondergebracht. Karel Victor Maximiliaan Albert de Spoelberch was een befaamd bibliofiel en bibliograaf. Hij concentreerde zich vooral op de Franse romantische schrijvers zoals Georges Sand, Honoré de Balzac, Théophile Gautier en Sainte-Beuve. Hij verbleef vaak in Parijs en verzamelde autografen, correspondentie en literatuur van deze schrijvers. Onder bijzondere voorwaarden kreeg het 'Institut de France' de hele bibliotheek van de bibliofiel de Spoelberch. Deze bibliotheek die van onschatbare waarde is, wordt heden nog volgens dezelfde voorwaarden bewaard in Parijs onder de naam “Collection Lovenjoul dans la Bibliothèque Spoelberch de Lovenjoul”.
|