Het nieuwe vrijwilligersstatuut Lange tijd bestond er heel wat onduidelijkheid over het statuut van de vrijwilliger. Met de wet van 3 juli 2005 is daar verandering in gekomen. Waarom deze wet? Met de nieuwe wet betreffende het vrijwilligersstatuut wil de regering rechtszekerheid scheppen voor zowel vrijwilligers als de verenigingen waarbinnen ze actief zijn. De wet bouwt een aantal garanties in zodat vrijwilligers de nodige bescherming genieten en organisaties krijgen een kader aangereikt voor het werken met hun vrijwilligers. De wet zet de verenigingen aan om eens grondig na te denken over hoe ze omgaan met hun vrijwilligers en hun vrijwilligersbeleid. Een afsprakennota en een verplichte verzekering van de vrijwilligers bieden alvast een aanzet voor goede beleidsinstrumenten. Wat is vrijwilligerswerk? Vrijwilligerswerk is een onbezoldigde, niet-verplichte activiteit ten behoeve van andere personen buiten het familiale kader en buiten het kader van enige arbeidsovereenkomst. Belangrijke elementen zijn dus: > iets doen wat men niet hoeft te doen en waar men niet voor wordt betaald > voor anderen waarmee men geen hechte band heeft en die uit het vrijwilligerswerk geen winsten halen > in een vast verband (bv. vzw of lokaal bestuur) of een feitelijk verband (bv. buurtcomité) Wie al een arbeidsovereenkomst heeft met de betrokken organisatie kan er geen vrijwilligerswerk voor doen. Wie mag vrijwilligerswerk doen? Iedereen mag vrijwilligerswerk doen, vanaf het jaar waarin men 16 jaar wordt. De regels voor werklozen en andere mensen met een bijzonder statuut zijn eveneens versoepeld: > Werklozen: geen voorafgaande toelating door de RVA vereist, wel een melding. De RVA kan enkel weigeren indien het geen vrijwilligersactiviteit betreft (bv. betaalde arbeid) of indien de inzet als vrijwilliger de beschikbaarheid op de arbeidsmarkt vermindert. De RVA heeft maximaal 2 weken om te weigeren, zoniet wordt de activiteit sowieso als toelaatbare vrijwilligersactiviteit beschouwd. > Bruggepensioneerden: zelfde systeem als werklozen. > Arbeidsongeschikten: moeten jaarlijks toelating krijgen van de adviserende geneesheer. > Leefloners: vrijwilligerswerk kan, geen voorwaarden. > Mensen met een handicap: ook voor de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming of de berekening van integratietegemoetkoming heeft dit geen gevolgen. Aansprakelijkheid en verzekering De vrijwilliger die verbonden is met een ‘gestructureerde' organisatie is in principe niet aansprakelijk voor schade behalve in geval van een opzettelijke, zware of herhaaldelijk lichte fout. Dit geldt voor alle vrijwilligers die actief zijn voor een rechtspersoon of voor een feitelijke vereniging die ressorteert onder een koepel (die zelf een rechtspersoon is en/of personeel tewerkstelt). De vrijwilligerswet verplicht deze organisaties om een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten, tot dekking van de risico's met betrekking tot het verrichten van vrijwilligerswerk. Vrijwilligers in een kleine feitelijke vereniging zonder koepelstructuur erboven blijven wél aansprakelijk. Zij zullen zich bij een eventueel schadegeval dus desnoods moeten beroepen op hun familiale polis. Niets houdt kleine feitelijke verenigingen echter tegen zichzelf en hun vrijwilligers óók te verzekeren. Dit is niet verplicht, maar wel erg aan te raden! Organisatienota Elke organisatie die met vrijwilligers werkt, moet een organisatienota opstellen. De vorm waarin dit aan de vrijwilligers gecommuniceerd wordt, is vrij. Het kan gaan om een gedrukt document dat je individueel overhandigd krijgt, maar ook over een tijdschriftartikel, info in de kantine of via de website. In de organisatienota moeten minstens volgende elementen worden vermeld: > sociale doelstelling en juridisch statuut van de organisatie > de afgesloten verzekeringen Burgerlijke Aansprakelijkheid, voor zowel de organisatie als voor de vrijwilligers en eventuele andere vrijwilligersverzekeringen die zijn afgesloten > of een (kosten)vergoeding betaald wordt en zo ja, wat en wanneer, forfaitair of bewezen door documenten > geheimhoudingsplicht: is vooral belangrijk voor wie vertrouwelijke informatie krijgt of met minderjarigen werkt. Daarvoor wordt de letterlijke tekst artikel 458 van het Strafwetboek opgenomen. Deze organisatienota moet je aan iedere vrijwilliger overhandigen. Je doet er goed aan een register aan te leggen waarin de vrijwilligers in een register voor ontvangst te laten tekenen, zodat er achteraf geen discussie mogelijk is. Een model van organisatienota is beschikbaar via www.vrijwilligerswerk.be. Vergoeding van de vrijwilligers Vrijwilligers kunnen nooit in functie van hun prestaties worden vergoed, want dan zou er sprake zijn van een arbeidsverhouding. Vrijwilligers kunnen vanzelfsprekend wél een kleine vergoeding krijgen voor de kosten die ze voor de organisatie hebben gemaakt. Vergoedingen worden aanvaard als forfaitaire terugbetaling van kosten, op voorwaarde dat volgende grenzen niet worden overschreden: > per dag: € 27,37 > per jaar: € 1094,97 Wordt één van deze grensbedragen overschreden, dan kunnen de uitgekeerde sommen slechts als terugbetaling van kosten worden beschouwd indien de vrijwilliger met schriftelijke bewijsstukken de realiteit en het bedrag kan bewijzen van de voor de organisatie gemaakte kosten. Inwerkingtreding Het nieuwe vrijwilligersstatuut treedt globaal in werking op 1 augustus 2006 en de verplichting tot verzekering op 1 januari 2007. Bijkomende informatie? Met eventuele vragen kan u terecht bij de gemeentelijke cultuurbeleidscoördinator - tel: 016 26 97 49 - e-mail: cbc@deborre.be. Heel wat bijkomende informatie over verenigingen en vrijwilligerswerk is ook beschikbaar via het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk - Amerikalei 164 - 2000 Antwerpen - tel: 03 218 59 01 - fax: 03 218 45 23 - e-mail: info@vsvw.be Interessante websites: > www.vrijwilligersweb.be > www.vrijwilligerswerk.be > http://verenigd.deborre.be
|