|
|
Een individuele infiltratievoorziening is verplicht indien de
stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd na 1 juni 2001 voor
volgende bouwwerken:
- nieuwbouw met een dakoppervlakte groter dan 50 m²,
- verbouwingen
als de dakoppervlakte met meer dan 50 m² uitbreidt (in dat geval is de
stedenbouwkundige verordening van toepassing op het volledige gebouw),
- bij verbouwingen waar minstens 60% van de sanitaire afvoerleidingen en hemelwaterleidingen worden vernieuwd of aangepast,
- bij de aanleg van ondoordringbare verharde oppervlakten groter dan 100 m².
Voorwaarden- De infiltratievoorziening dient ten laatste bij de ingebruikname van het gebouw geplaatst te zijn.
- Om
technische en/of praktische redenen kan eveneens een afwijking worden
toegestaan door het college van Burgemeester en schepenen, bv. als het
terrein nauwelijks groter is dan de bouwoppervlakte of als het
grondwaterpeil continu slechts enkele centimeter onder het maaiveld
staat.
- Afhankelijk van de bodemgesteldheid kunnen er situaties
voorkomen waarbij infiltreren niet mogelijk is of onvoldoende werkt.
Indien de doordringbaarheid van de bodem van die aard is dat het
infiltreren niet functioneert of niet voldoende functioneert, kan de
gemeente beslissen het systeem om te vormen tot gedeeltelijke of
volledige buffering met vertraagde afvoer. Deze beslissing zal de
gemeente nemen bij de controle voorzien na de plaatsing van het
individueel infiltratiesysteem. De eventuele aanpassing van het
infiltratiesysteem naar buffering met vertraagde afvoer mag uitsluitend
door de gemeente worden uitgevoerd.
- In de eerste plaats moet de
overloop van de hemelwaterput worden aangesloten op het
infiltratiesysteem. Maar ook andere verharde oppervlakten sluit men
best aan indien het hemelwater wordt opgevangen in een rooster of
klokputje. Vanaf 100 m² moeten verharde oppervlakken zelfs verplicht
worden aangesloten op het infiltratiesysteem. Het hemelwater afkomstig
van intensief gebruikte parkeerplaatsen of verhardingen waarop olie of
vetten kunnen terechtkomen, worden best voorafgaandelijk door middel
van een olie- of vetafscheider behandeld.
- De buffercapaciteit van de infiltratievoorziening moet minimum volgende inhoud hebben:
| Aangesloten verharde oppervlakte | Buffercapaciteit | Waarborg
| | Tot 150 m² | 2.000 liter | 250 euro | | 151 tot 200 m² | 3.000 liter | 350 euro | | 201 tot 300 m² | 4.000 liter | 450 euro |
- Infiltratievoorzieningen
voor aangesloten oppervlakten kleiner dan 300 m² worden door de
gemeente geleverd tegen een terug te betalen waarborg. Boven de 300 m²
moet de bouwheer het infiltratiesysteem zelf kiezen en aanleggen
volgens de code van goede praktijk. Met andere woorden, de
infiltratievoorziening moet beantwoorden aan de voorwaarden opgelegd
door het Vlaams Gewest.
- De waarborg dient betaald te worden
bij het afleveren van de stedenbouwkundige vergunning of in geval van
een bestaand gebouw bij de aanschaf van de infiltratievoorziening.
- De
overloop van het infiltratiesysteem moet afgeleid worden naar een
natuurlijke of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een
oppervlaktewater. Wanneer een gescheiden stelsel aanwezig is, mag de
overloop van het infiltratiesysteem eveneens aangesloten worden op het
gedeelte van de openbare riolering bestemd voor de afvoer van
hemelwater. Slechts bij ontstentenis van een van deze mogelijkheden mag
men de overloop aansluiten op een gemengde openbare riolering.
- In
principe kan het infiltratiesysteem zowel onder de verhardingen als
onder het gazon, de moestuin of de siertuin worden geplaatst. Bij
voorkeur plaatst men het systeem onder een verharding, waardoor het
risico van beschadiging door grondbewerkingen kleiner is. De oprit naar
de garage of een tuinverharding is bijgevolg het meest aangewezen. De
infiltratieblokken kunnen een belasting van maximaal 40 ton per
vierkante meter dragen.
Bestaande woning- Voor
bestaande gebouwen zal men het infiltratiesysteem meestal onder het
gazon moeten plaatsen. Het aanplanten van bomen op het
infiltratiesysteem is omwille van mogelijke wortelschade niet
toegelaten.
- Meer informatie over de manier waarop het infiltratiesysteem moet worden aangelegd, kan worden bekomen bij de milieudienst.
- In
tegenstelling tot de hemelwaterput kan men zowel voor nieuwbouw als
voor bestaande gebouwen een premie krijgen bij het plaatsen van een
infiltratievoorziening. Voor gebouwen met een dakoppervlakte < 300
m² is de premie gelijk aan het bedrag van de waarborg vermeerderd met
250 euro in geval van een bestaand gebouw en 125 euro in geval van een
nieuwbouw.
- Voor gebouwen met een dakoppervlakte > 300 m²
krijgt de bouwheer een premie van 1150 euro in geval van een bestaand
gebouw en 1025 euro in geval van nieuwbouw.
- De aanvraag tot het
verkrijgen van de totale premie voor het plaatsen van een individuele
infiltratievoorziening moet ingediend worden via een specifiek
formulier. De aanvraag wordt bij voorkeur voor de uitvoering van de
werken ingediend bij de milieudienst van de gemeente.
- Na het
indienen van de meldingskaart van de voltooing der werken (gevoegd bij
de stedenbouwkundige vergunning), zal de controle door de gemeente
worden uitgevoerd. Deze behelst de naleving van de voorwaarden van de
gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,
infiltratievoorzieningen en hemelwaterafvoer en het gemeentelijk
reglement op het lozen van afvalwater. Indien er aan de voorwaarden is
voldaan, zal de gemeente binnen de maand de waarborg terugbetalen en
zal ook de aanvullende premie worden uitbetaald. Blijken de voorwaarden
van genoemde reglementen niet nageleefd, dan zal de gemeente de
bouwheer schriftelijk in gebreke stellen en hem verzoeken binnen een
opgelegde termijn de nodige aanpassingen door te voeren. De uitbetaling
van de waarborg en de aanvullende premie zal in dat geval verdaagd
worden tot wanneer aan de voorwaarden van de reglementen is voldaan.
Meer informatie in het gemeentehuis – milieudienst – tel (016) 46 87 87 e-mail: milieu@bierbeek.be.
|
|